woensdag 21 november 2018

Reproduceerbaarheid: funest of favorabel?

In de tekst van Walter Benjamin is het moeilijk de (eventuele) normatieve strekking van zijn betoog vast te pinnen.

In het begin lijkt hij zich pejoratief uit te laten over het aura dat ten koste gaat van de technische mogelijkheid tot reproductie. Hij spreekt op p. 13 van 'de waarde van het hier en nu van het kunstwerk' die wordt 'aangetast', van het 'verloren gaan' en 'wegkwijnen' van het begrip aura.

Paragraaf III is een kantelpunt waar je zowel sporen vindt van funeste effecten ('vergruizing van de aura', de verstrengeling van 'vluchtigheid en herhaalbaarheid') als een mogelijk bevrijdende invloed ('verlangen van de massa's' om dingen 'dichter naar zich toe te halen', een 'hartstochtelijk streven').

Nog verder blijkt het aura te worden verknecht door traditie, cultus en rituele functies. Nu komt de emancipatorische rol van de technische reproduceerbaarheid sterker naar voor, niet alleen voor de massa's, maar ook voor het kunstwerk zelf en voor de artistieke praktijken.

De dubbelzinnigheid toont zich ook in Benjamins analyse van de acteur. Tegenover de theateracteur lijkt de filmacteur slecht af. Hij wordt zelfs 'als rekwisiet behandeld', volgens Arnheim (p. 25).


Benjamin, W. (2008). Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid. Amsterdam: Boom.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.