dinsdag 2 oktober 2018

Schrijven volgens Thomas Mann

'Hij dacht aan zijn werk, dacht aan de passage waar hij het ook vandaag weer, net als gisteren al, in de steek had moeten laten en die zich noch door geduldige zorg, noch door een snelle overrompeling leek te willen laten bedwingen. Hij overdacht haar opnieuw, trachtte de blokkade te doorbreken of op te heffen en gaf met een rilling van weerzin zijn aanval op. Het was niet zozeer een bijzonder grote moeilijkheid die zich hier voordeed, wat hem verlamde waren veeleer de scrupules van de onlust, die zich in de gedaante van een door niets meer te bevredigen veeleisendheid manifesteerde. Veeleisendheid had reeds voor de jongeling het wezen en de diepste natuur van zijn talent uitgemaakt, en om harentwil had hij zijn gevoel aan banden gelegd en bekoeld, want hij wist dat dit geneigd is met een luchtige vaagheid en een halve volmaaktheid genoegen te nemen. Wreekte zich dan nu het geknechte gevoel door hem te verlaten, door te weigeren zijn kunst nog langer te dragen en te bevleugelen, en alle lust, alle verrukking aan de vorm en aan de uitdrukking met zich mee te voeren? Niet dat wat hij maakte slecht was: het voordeel van zijn leeftijd was in elk geval dat hij zich ieder ogenblik in alle rust zeker voelde van zijn meesterschap. Maar zelf, terwijl de natie dit meesterschap eer bewees, zelf kon hij er niet blij mee zijn en het scheen hem toe alsof er aan zijn werk die kentekenen van een vol overgave spelende luim ontbraken, die, zelf uit vreugde voortgekomen, meer dan enig innerlijk gehalte een belangrijke kwaliteit uitmaakten, de vreugde vormden van de genietende wereld.' (Mann, 59-60)

'Wil een geestesschepping van belang erin slagen onmiddellijk in de breedte en in de diepte werkzaam te zijn, dan moet er een geheime verwantschap, ja, overeenstemming bestaan tussen het persoonlijke lot van de schepper ervan en het algemene lot van het geslacht dat tegelijk met hem leeft. De mensen weten niet waarom zij een kunstwerk roem bezorgen. Verre van kenners te zijn, menen zij er honderd en één kwaliteiten in te ontdekken waarmee een zo grote belangstelling te rechtvaardigen is; maar de ware reden van hun bijval is een onweegbaar iets, is sympathie.' (Mann, 63-64)

Thomas Mann, 1914.
Beeld: Bridgeman Education database.

Mann, T. (1989). De dood in Venetië en andere verhalen. Amsterdam: Athenaeum - Polak & Van Gennep.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.