Eerste deel - Besef van continuïteit
'De befaamde metafysische vragen 'waar komen we vandaan?' en 'waar gaan we naartoe?' hebben in de kunst een concrete, duidelijke betekenis, en zijn daar allerminst vragen zonder antwoord.' (Kundera, p. 10)
'[O]ns historisch besef is zozeer inherent aan onze waarneming van kunst, dat we zo'n anachronisme (een hedendaags werk van Beethoven) spontaan, dat wil zeggen zonder enige hypocrisie, als belachelijk, onecht, misplaatst of zelfs monsterlijk zouden ervaren. Ons besef van continuïteit is zo sterk dat het meespeelt in de waarneming van ieder afzonderlijk kunstwerk.
Jan Mukařovský, de stichter van de structuralistische esthetiek, schreef in 1932 in Praag: 'Alleen door de aanname van een objectieve esthetische waarde krijgt de historische ontwikkeling van de kunst betekenis.' Anders gezegd: als er geen esthetische waarde bestaat, is de kunstgeschiedenis niet meer dan een enorme opslagplaats van werken, waarvan de chronologische volgorde geen enkele betekenis heeft. En omgekeerd: alleen binnen de context van de historische ontwikkeling van een kunstvorm kan de esthetische waarde worden waargenomen.' (Kundera, pp. 10-11)
![]() |
| Milan Kundera |
Kundera, M. (2006). Het doek. Amsterdam: Ambo|Anthos.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.